KanoKok>survivalkok

Een uitgebreide pagina vol tips, wanneer je het nu niet meer overleefd dan weten wij het ook niet meer:

 

inhoud:

Slaapplaats
Kampeertechnieken
Vuurtechnieken
Water en voedsel uit de natuur

 

 

Slaapplaats
Zoek de gunstigste omstandigheden op
In de buurt van water (beek, rivier, meer), zodat je niet voortdurend water moet aandragen. Sla je kamp niet al te dicht bij het water op, want door de grotere luchtvochtigheid voelt het er killer aan. Vlak bij het water heb je ook meer last van vervelende insecten. Kampeer nooit op een wildspoor dat dieren naar hun drinkplaats volgen.

Minder geschikte plaatsen zijn: aan de wind blootgestelde heuveltoppen, het laagste punt van een vallei (altijd koud), terrassen van heuvels waar de grond het vocht vasthoudt, onder een alleenstaande boom (gevaar voor blikseminslag), droge rivierbeddingen. Er moet voldoende bouwmateriaal en brandstof aanwezig zijn, zodat je niet alles van heel ver moet aandragen. De grond moet vast zijn. Maak de ondergrond eerst schoon. Let er ook op dat er geen mierenhoop of termietenheuvel in de buurt is. Zorg voor een minimum aan comfort. Isoleer je slaapplaats zorgvuldig, en vermijd altijd rechtstreeks contact met de grond (opstijgend vocht en koude). Stro en riet hebben goede isolerende eigenschappen door de lucht die in de vezelholtes zit. Verwijder uitstekende takken en scherpe kanten aan de binnenzijde van je shelter.

  • Graaf een greppel rond je verblijfplaats om het water dat van het dak druipt af te voeren.
  • Strooi tussen de greppel en de shelter as van je kampvuur. Dit houdt kleine grond- en kruipdieren op afstand.
  • Zorg voor ruimte om de noodsignalisatie uit te zetten.
  • Verlucht de ruimte regelmatig, en let erop dat er voldoende ventilatie is.
  • Een vuur aan de ingang houdt de warmte beter binnen.
  • Trek vochtige kleren uit en laat ze zo snel mogelijk drogen.
  • Soms vind je bos- of berghutten, schuilshelters, vakantiehuisjes en dergelijke op de meest ondenkbare plaatsen. Zo tref je in de Schotse hoogvlakten veel verlaten boerderijen aan. In het Zweedse Lapland staan zogenaamde stugs (kleine hutjes van hout), die er speciaal voor trekkers en avonturiers werden geplaatst.
  • Ook met een poncho kun je snel een primitief onderkomen bouwen.

naar boven


Kampeertechnieken
Na enkele dagen wordt al snel duidelijk welke verbeteringen er nog moeten worden aangebracht. Zo zul je na een stevige stortbui ontdekken waar zwakke plekken of lekken zitten, of op welke plaatsen je tocht moet afsluiten.
Is je verblijfplaats klaar, dan kun je het comfort aanzienlijk verhogen met enkele eenvoudige kampeertechnieken. Je zult trouwens merken dat je in noodsituaties veel makkelijker in staat bent om creatieve oplossingen te bedenken die het leven en je dagelijkse bezigheden aangenamer en vlotter doen verlopen.

Een windscherm
In het verlengde van het vuur kun je een windscherm bouwen. Het houdt je verblijfplaats schoon en windvrij. Gebruik stevig materiaal en veranker de constructie in de bodem.

Stapelplaats voor brandstof
In vochtige gebieden voorzie je een stapelplaats voor brandstof. Ze biedt bescherming tegen neerslag, en je kunt er nat hout te drogen leggen. Zorg voor voldoende verluchting: leg balkjes kruiselings op elkaar zodat de wind erdoorheen kan. Bewaar voldoende afstand van het kampvuur.

Een comfortabel bed
Als je over een zeil beschikt, kun je dat opspannen als matras. Een lattenbodem kun je met stevige takken vlechten en sjorren. Als matras gebruik je wat er aan "zacht" natuurlijk materiaal te vinden is. Ook gedroogde graspollen zijn bruikbaar.
Hangmatten vragen wat oefening en gewenning om er goed in te slapen. Doordat je er met een gebogen rug in ligt, zijn ze niet voor iedereen echt comfortabel.

Andere ideeën
Met hout en enkele eenvoudige sjortechnieken kun je ook gemakkelijk allerlei gebruiksvoorwerpen maken. Veelgebruikte constructies zijn een wapenrek, een toilet (hudo), keukengerei, werktafels, een eetshelter, een provisiekast enz.

naar boven


Vuurtechnieken
In een overlevingssituatie is vuur onmisbaar. Vuur geeft licht en warmte, wordt gebruikt om voedsel klaar te maken, om natte kleren te drogen, gereedschappen te maken, punten van wapenstokken en speren te harden of potten te bakken. Het houdt gevaarlijke dieren op afstand, en de rook schrikt vervelende, schadelijke insecten en ander ongedierte af.

Een vuurtje stoken, hoe banaal het ook lijkt, blijft een kunst.
Om vuur te maken moet aan drie essentiële voorwaarden worden voldaan.

 

De onderstaande elementen moeten in voldoende mate aanwezig zijn.

  • Er moet zuurstof aanwezig zijn (in de lucht).
  • Er moet een ontsteking plaatsvinden (onder invloed van warmte).
  • Er moet brandstof aanwezig zijn om het vuur te voeden.

Vuur moet altijd in dezelfde volgorde worden opgebouwd.

  • Zoek een geschikte plaats en maak de ondergrond zuiver. Wortels kunnen vuur vatten, turfbodems kunnen gevaarlijk zijn omdat het vuur zich ondergronds kan verplaatsen.
  • Plaats een reflectorvuur (houten muurtje achter de vuurhaard dat de warmte reflecteert) op ongeveer 60 cm van de ingang van je schuilplaats, zodat je zoveel mogelijk warmte kunt recupereren.
  • Verzamel verschillende soorten brandstof die droog genoeg zijn om het vuur aan te maken. Later kan ook nat hout langzaam gedroogd worden en als brandstof gebruikt worden. Sorteer de brandstoffen altijd van dun naar dik, van klein naar groot.
  • Maak een tondelbed, en leg daar in wigwamvorm strootjes en takjes omheen.
  • Probeer het vuur aan te steken met lucifers of een aansteker. Steek een kaars aan om lucifers te sparen.
  • Als het aanmaakhout vuur vat, gebruik je vooral in het begin veel kleine en droge stukjes stro en hout. Bouw het vuur langzaam op met telkens dikkere takjes, takken en stammetjes. Werk niet te snel. De opbouw van een vuur is een geduldwerk.
  • Zelf ben ik een voorstander van een "stormaansteker", zoals de beroemde Zippo, of een gasuitvoering daarvan. Dan kun je zien hoeveel gas er nog over is.

naar boven

Trucjes met lucifers

  • In sommige handboeken wordt aangeraden lucifers te halveren. In de praktijk blijkt het niet zo makkelijk zo'n halve lucifer aan te steken. Het is beter te beschikken over één lucifer die je kunt aansteken, dan twee halve die je ongebruikt moet weggooien.
  • Om te vermijden dat de zwavelkop nat wordt, kun je hem in kaarsvet dopen. Wees dan wel voorzichtig bij het verwijderen, zodat je de zwavelkop niet beschadigt.
  • Lucifers kunnen ook worden gedroogd door ze over wollen stof (pull-over) of door je haren te wrijven.
  • Om lucifers te beschermen, stop je ze in een kokertje van een filmrolletje.

Brandstoffen

  • Tondel is snel ontvlambaar materiaal dat slechts een vonk nodig heeft om te ontbranden. Je kunt er je survivalset mee volstoppen. Ook gewone chirurgische watten branden uitstekend. In de natuur vind je heel geschikte basisstoffen voor tondel, zoals berkenbast, verpulverde dennenappels, donsveertjes uit vogelnesten, gedroogde (poederachtige) zwammen, droge houtkrullen, poederige uitwerpselen van vogels, enz. Gebruik geen tondel dat op de grond ligt, tenzij je tijd hebt om het eerst te drogen. Bewaar een voorraadje tondel op een droge plek.
  • Let erop dat je aanmaakhout heel goed droog is. Takjes of twijgjes die soepel buigen, bevatten nog (te) veel vocht. Verzamel veel aanmaakhout, want het verbrandt snel en je verbuikt er nogal wat van voor je een stevig vuur hebt.
  • Aanmaakstokjes maak je zelf door met een scherp mes inkepingen te maken in de dunne takjes. Daardoor zullen ze sneller vuur vatten. Eventueel kun je tussen de inkepingen nog tondel stoppen om het verbrandingsproces nog sneller op gang te brengen.
  • Zorg er wel voor dat je mes vlijmscherp is, en snijd altijd van je lichaam weg.
  • Pas als het vuur goed brandt, kun je geleidelijk groen en zelfs vochtig hout toevoegen. Nat hout leg je het best te drogen in de buurt van de vuurhaard. Zachte houtsoorten branden sneller. Harde houtsoorten branden langer.

naar boven

Soms ben je aaangewezen op andere brandstoffen uit de natuur.

  • Droge uitwerpselen van dieren branden vrij goed.
  • Turf is vaak te vinden op heidevelden. De substantie heeft een zwarte kleur en ziet er vezelig uit. Alleen droge turf brandt goed. Verdeel vochtige turf altijd in blokjes, en zorg er bij het stapelen voor dat er lucht tussen kan stromen.
  • Ook dierlijke vetten branden goed. Bedenk wel dat dierlijk vet ook als voedsel kan worden gerbuikt.
  • In wrakken van voertuigen zit vaak nog brandstof.
  • Leisteen bevat veel olie, die goed brandt.
  • Sommige chemicaliën branden goed. Maar wees voorzichtig: er kan gevaar zijn voor steekvlammen of ontploffing.
  • Een mengsel van kaliumchloraat met suiker in een verhouding 3/1 brandt met een hevige vlam.
  • Een mengsel van kaliummanganaat met suiker in een verhouding 9/1 brandt minder hevig. Het mengsel ontbrandt ook na toevoeging van glycerine.

 

De vuurhaard

  • Houd bij het kiezen van een geschikte plaats rekening met weersinvloeden en vooral ook met de wind.
  • Werk op een zorgvuldig schoongemaakte ondergrond van louter aarde.
  • Is de grond te vochtig, dan kun je als alternatief ook een laag altaarvuur bouwen.
  • Een verhoogd altaarvuur bouw je met groen of zelfs nat hout. Zoek vier stevig stokken, met een vork, waarin je dwarsbalkjes kunt leggen. Schik daarop de groene of natte stammetjes, en bedek ze met aarde, om doorbranding te voorkomen. Een verhoogd altaarvuur wordt meestal gebruikt als kookvuur.
  • Bij hevige wind is het moeilijk het vuur aan te steken. Bovendien verbruikt een brandend vuur dan veel meer brandstof, doordat er zoveel zuurstof wordt toegevoerd. Bouw in zo'n situatie een kuilvuur.
  • De stenen die je rond het vuur legt, mogen niet te poreus zijn. Stenen die vocht bevatten, kunnen uitzetten en zelfs exploderen.

Controleer de vuurhaard geregeld.

  • Leg (niet-poreuze) stenen of natte balkjes rond de vuurhaard.
  • Houd de ondergrond in de gaten: het vuur kan zich soms ondergronds verplaatsen (vooral bij een ondergrond met turflagen).
  • Doof het vuur zorgvuldig als je de kampplaats voor een langere tijd verlaat.
  • Gooi water en zand op de vuurhaard voor je verdertrekt. Zorg dat het vuur helemaal gedoofd is.

Houd rekening met de lokale wetgeving en eventuele bosdecreten. Het is niet overal toegestaan een vuur aan te leggen. In Canada of in de Scandinavische landen mag je alleen een vuur aanleggen op plaatsen die daar speciaal voor zijn bedoeld.
Overigens is het altijd nodig om met vuur uiterst voorzichtig om te gaan. Zelfs een kleine onoplettendheid kan een enorme bosbrand veroorzaken, waarbij aan waardevol natuurgebied grote schade zal worden toegebracht.

Vuur maken zonder lucifers

De vuurboog: een werkje van geduld en veel oefening
Gebruik altijd droog hout. Kies een harde houtsoort voor het boortje, en een zachte houtsoort voor het plankje.
Zet een voet op het vuurplankje terwijl je licht vooroverbuigt en een neerwaartse druk uitoefent. De boog trek je in dezelfde tijdspanne snel heen en weer. Na een poosje ontstaat er rook. Blijf boren tot je gloeiende as krijgt. Voeg dan wel tondel toe en blaas stevig tegen het gloeiende hout tot het tondel ontbrandt. In vochtige gebieden is dit geen evidente techtniek.

Vuur maken met een vergrootglas
Met wat geduld en een vaste hand kun je met een vergrootglas (of een bril!) de zonnestralen bundelen. Richt de hevige lichtvlek van de gebundelde stralen op het tondel. Als er rook ontstaat, blaas je stevig in het tondel om het te doen ontvlammen.

Tip: Hetzelfde effect kun je bereiken met de spiegel van je zaklamp.

 

naar boven


Water en voedsel uit de natuur

Mensen hebben water en voedsel nodig om te overleven. Voedsel levert de nodige energie om te bewegen, te groeien, lichaamswarmte te produceren, weefsels in stand te houden en te vernieuwen.
In grote lijnen kunnen in de voeding zes verschillende categorieën worden onderscheiden.

Water
Water is belangrijker dan vast voedsel! Zonder water kun je ongeveer drie dagen overleven. Zonder voedsel kan dat gemakkelijk enkele weken zijn. In een gematigd klimaat bedraagt de dagelijkse behoefte aan water minstens 2,5 liter per dag. In polair gebied is dat 5 tot 7 liter. In woestijngebieden of tropische streken kan die hoeveelheid oplopen tot 8 liter per dag en meer.
In een overlevingssituatie is het dus belangrijk om voldoende te drinken en het vochtverlies te beperken. Eet zo weinig mogelijk, want bij het verteren van voedsel wordt extra vocht verbruikt in de vorm van verteringssappen. Vooral eiwitten en vetten hebben nogal wat water nodig om te verteren. Koolhydraten vragen veel minder vocht. Stofwisselingsproducten en afvalstoffen moeten door water opgelost en afgevoerd worden.
Water zorgt ook voor de thermoregulatie van het lichaam. Bij grote inspanningen is de warmteproductie groter, en die warmte wordt afgevoerd via het zweet.


Eiwitten
Het menselijk lichaam is voor een groot deel opgebouwd uit eiwitten, die op hun beurt zijn opgebouwd uit aminozuren. Een aantal daarvan wordt door het lichaam aangemaakt. Een ander deel moet opgenomen worden via de voeding. De belangrijkste eiwitbronnen zijn vlees, vis, melk, eieren, noten, granen, peulvruchten en paddestoelen.

Vetten
Veelal hebben mensen, vooral in het westen, wel een behoorlijke reserve vet onder de huid opgestapeld. In een overlevingssituatie vormt een tekort aan vetten dus niet meteen het grootste gevaar. Verbranding van vetten geeft 50% meer energie dan bij koolhydraten het geval is. Vetten zijn onoplosbaar in water.
Vet vind je onder meer in vlees, eieren, melk, noten en paddestoelen.

Koolhydraten
In dierlijke organismen komen betrekkelijk weinig koolhydraten voor. In planten daarentegen maken ze 3/4 van de droge stof uit. Koolhydraten worden onderverdeeld in suikers en zetmeel. Suikers zijn goed oplosbaar in water en worden direct opgenomen door het bloed. Zetmeel is niet oplosbaar en moet eerst worden omgezet in suikers, die wel door het bloed kunnen worden opgenomen. Zetmeel is in rauwe toestand moeilijker verteerbaar. Daarom worden zetmeelrijke producten meestal gekookt voor ze gegeten worden.

Vitaminen
Vitaminen zijn stoffen die het lichaam maar in kleine hoeveelheden nodig heeft. Toch kan een tekort tot ernstige ziekten leiden. Zo kan een tekort aan vitamine C scheurbuik veroorzaken, een tekort aan vitamine B tot beriberi leiden, en een tekort aan vitamine A nachtblindheid veroorzaken.

Mineralen en spoorelementen
Sommige mineralen zijn in grote hoeveelheden nodig. Dat is zo met natrium, kalium, fosfor en chloor. Tot de spoorelementen waarvan kleinere hoeveelheden volstaan behoren molybdeen, arseen en kobalt.
Net als bij vitaminen zal een tekort eraan op langere termijn leiden tot ziekten en uiteindelijk de dood tot gevolg hebben.

Zout
Je lichaam heeft ongeveer 10 gram zout per dag nodig. Door te zweten en te urineren verlies je een aanzienlijke hoeveelheid zout (vooral in warmere en tropische streken).

Zout komt onder meer voor in:

  • dierenbloed
  • zeewater (filteren en verdunnen met zoet water)
  • de wortels van de acacia (kook de wortels tot het water volledig verdampt is. Er zullen zwarte zoutkristallen overblijven.)

Kenmerken van zoutgebrek zijn spierkrampen, misselijkheid en vermoeidheid. Het is aan te raden altijd zouttabletten mee te nemen, op lange tochten.


Water

In de meeste delen van de wereld is het vinden van water niet echt een groot probleem.
Maar drinkbaar water is wat anders. In de geïndustrialiseerde wereld zijn er nog maar weinig plaatsen waar in de natuur water wordt gevonden dat meteen gedronken kan worden.
Meestal is het water in beken en rivieren zwaar veronteinigd en dus gevaarlijk.
. Chemische verontreiniging wordt veroorzaakt door lozingen van fabrieken en riolen. Ook landbouw en veeteelt dragen hiertoe bij.
. Virussen en bacteriën veroorzaken biologische verontreiniging.
Daarom is het altijd aangewezen water waarvan je de kwaliteit niet kent, vooraf te behandelen. Desinfecteren kun je op verschillende manieren.

 

Koken
Door het water te koken worden virussen en bacteriën gedood. Op de chemische verontreiniging heeft dit echter geen invloed. Water dat zware metalen bevat, zal ook na het koken nog verontreinigd zijn. Op langere termijn zal dat een negatieve invloed hebben op je gezondheid.
Om water helemaal kiemvrij te maken, moet het ten minste zeven minuten worden gekookt, vermeerderd met één minuut per 300 m hoogteverschil met de zeespiegel.

 

Filters
Chemische verontreiniging pak je het best aan met waterfilters, die je kunt kopen. Eén van de meeste bekende filters is de katadynfilter. Er zit een vervangbare, uiterst fijne keramische filter in, met een porositeit van 0,3 micron. Micro-organismen zoals schimmels, bacteriën, cysten, parasieten en dergelijke worden erdoor tegengehouden, en ook organische stoffen zoals roest en asbest kunnen er niet doorheen dringen.
In een noodsituatie kun je ook zelf een filter maken. Het water dat je daarmee filtert is wel kristalhelder, maar niet echt veilig en moet daarom nog worden gekookt. De houtskool houdt wel een deel van de chemische stoffen tegen, maar lang niet alles.
De filter is ook geschikt voor het filteren van poel- en vijverwater.
Een plastic fles een paar uur in de zon leggen; doodt circa 75% van alle organismen.

 

Belangrijk
Een slok geïnfecteerd water kan je tocht behoorlijk verknallen. Drink dus nooit zomaar van een bron of bergriviertje, zelfs al lijkt het smetteloos schoon.

In de vakhandel (of de apotheek) vind je heel wat poedertjes, druppels of tabletten om water drinkbaar te maken.
In tropische streken zijn ze vaak niet bruibaar, omdat daar organismen voorkomen die door de behandeling niet worden gedood.
Lees voor je zulke middeltjes gebruikt altijd de bijsluiter, en gebruik geen ontsmettingsmiddelen op basis van chloor of jodium. Die zijn bij langdurig gebruik kankerverwekkend en geven een onaangename smaak.

Water vinden in de natuur

  • Daal je af naar het laagste punt van een vallei, dan tref je er gewoonlijk wel een riviertje aan. Is dat niet zo, dan kun je er een kuil graven. Kies bij voorkeur een plaats waar het meeste groen voorkomt. Dat wijst erop dat er voldoende water aanwezig is.
  • Water uit poelen, plassen, meren, bronnen, rivieren en beken kun je in de meeste gevallen drinkbaar maken met een van de methodes die hoger vermeld werden.
  • Zeewater en urine zijn alleen drinkbaar te maken door te destilleren.
  • Wikkel schone lappen stof los rond je benen en loop er ´s ochtends mee door lage begroeiing zoals gras en varens. Als de doeken heel nat zijn, kun je ze uitwringen.
  • Regenwater kun je gemakkelijk opvangen. Je moet het wel altijd behandelen voordat je het kunt drinken.
  • De aanwezigheid van insecten en andere dieren wijst altijd op de aanwezigheid van water in de buurt. Deze regel geldt niet voor reptielen.
  • Vogels en insecten wagen zich zelden ver van hun drinkplaatsen. Hun aanwezigheid is dus de beste indicator.
  • Sneeuw en ijs moet gesmolten en voor gebruik behandeld worden. Neem bij voorkeur geen sneeuw die bovenaan ligt. Voeg bij het smelten de sneeuw beetje bij beetje toe. Anders loop je het risico dat het kookpotje stukbrandt.
  • Bloed van dieren is uitstekend drinkbaar. Bovendien bevat het heel wat voedingsstoffen en mineralen. Laat in een noodsituatie dierenbloed nooit verloren gaan.
  • Vele cactussen bevatten giftig water! Alleen de vruchten en de oren van de opuntia, die in Mexico, Arizona en Californië voorkomt, bevatten water dat zonder behandeling drinkbaar is. Bij de meeste cactussen moet het vocht door destillatie worden onttrokken.


Planten als voedsel

In onze streken zijn de meester planten eetbaar. Maar er bestaan ook heel wat soorten die giftig of niet echt smakelijk zijn. Determinatie van giftige en eetbare planten is een aparte discipline, waar we hier niet dieper op in kunnen gaan. We geven wel enkele basisprincipes voor het herkennen en bereiden van planten.

De eetbaarheidsproef
Voor je vertrekt naar een bepaald gebied, is het altijd aan te raden na te gaan welke eetbare planten er te vinden zijn.
Wees uiterst voorzichtig met plantensoorten die je niet kent.

 

Pas bij twijfel de eetbaarheidsproef toe.

  • Ruikt de plant naar perzik of amandelen, dan is hij vrijwel zeker giftig.
  • Leg een stukje onder de tong en wacht een minuut. Krijg je geen branderig gevoel, een bittere smaak of braakneigingen?
  • Kauw op een klein stukje en wacht opnieuw een minuut. Proef of ervaar je nog steeds niks verdachts?
  • Treden er geen verschijnselen op zoals braken, buikloop, maagkrampen of duizeligheid, dan kun je een handvol eten. Wacht nog eens een uur.
  • Treden er nog steeds geen ziekteverschijnselen op, dan kun je ervan uitgaan dat de plant eetbaar is.

Let op! De eetbaarheidsproef geldt niet voor paddestoelen!

Naast de eetbaardheidsproef kunnen ook de volgende tips van pas komen.

  • Eet geen planten met melkachtig sap, behalve paardebloem en kokosnoot.
  • Vermijd rode planten.
  • Oude of verwelkte bladeren kunnen beter vermeden worden. Let op: ze kunnen het giftige blauwzuur bevatten.
  • Wees uiterst voorzichtig met paddestoelen. Alleen rasechte paddestoelenkenners kunnen giftige van niet giftige onderscheiden.
  • Planten met knollen (onder de grond) moeten altijd worden gekookt of geroosterd.
  • Witte of gele bessen zijn vrijwel altijd giftig!
  • Eet geen planten die bij aanraking huidirritatie veroorzaken.
  • Net onder de schors van een boom zit de voedingsbaan. Het deegachtige mengsel is meestal goed eetbaar. Je vind het vooral op bomen waarvan ook de bladeren eetbaar zijn. Vooral de berk heeft grote voedinswaarde en is wereldwijd te vinden.

Jonge plantjes zijn het meest geschikt om te eten. Knollen worden bij voorkeur vooraf gekookt.
Vruchten van de hondsroos zijn rijk aan vitamine C. Je kunt ze rauw eten of er siroop van koken.
Dat denneappelzaadjes, hazelnoten, tamme kastanjes, noten, braambessen, bosbessen, aardbeien enzovoort eetbaar zijn, is bekend. Ook jonge eikels zijn eetbaar, maar bitter. Je kunt die bittere smaak wegnemen door ze eerst lang genoeg te koken.

Planten die goed eetbaar, voedzaam en lekker zijn

  • vogelmuur (kook de blaadjes)
  • brandnetel ( 6 minuten koken)
  • dovenetel (kan rauw worden gegeten)
  • weegbree (als spinazie)
  • paardebloem (heel voedzaam; rooster en verpulver de wortels en maak met het
    poeder namaakkoffie)

Giftige planten
doornappel, vingerhoedskruid, monnikskap, gevlekte scheerling, wolfskers


Vlees als voedsel

Vlees is heel voedzaam. Het levert eiwitten en ook kleine hoeveelheden koolhydraten, vitaminen, mineralen en vetten. Vlees moet je altijd eerst koken, braden of roosteren. De smaak verbetert erdoor, en ziektekiemen worden tijdens het verwarmingsproces gedood.
In konijnenvlees ontbreken essentiële vitaminen en vetten. Daarom zal het lichaam eigen vitaminenreserves aanspreken om dit vlees te verteren. Wie lange tijd uitsluitend konijnenvlees eet, kan zich dus letterlijk dood eten.

Je kunt dieren vangen op een actieve of op een passieve manier.
. Actief: vangen met behulp van wapens, geweer, boog, katapult, speer.
. Passief: uitzetten van vallen en strikken. Deze methode vraagt veel minder inspanning en is meestal ook veel doeltreffender.

Passieve jacht: strikken en vallen
Hoe meer je weet over het dier dat je wilt vangen, hoe groter je kansen op slagen zijn. Bestudeer de gewoonten van elke soort. Zoek uit waar ze slapen, wat ze eten, waar en wanneer ze komen drinken, welke sporen ze achterlaten. Uit die gegevens kun je afleiden welke val het meest geschikt is, en waar je ze het best kunt plaatsen.

 

Een geschikte plaats kiezen voor het opzetten van een val

  • Volg een spoor dat het dier geregeld gebruikt. Zoek een vernauwing die geschikt is voor het opzetten van een val.
  • Verander zo weinig mogelijk aan de omgeving. Dieren merken meteen dat er iets verplaatst is of dat er takken gebroken zijn. Daardoor zullen ze extra op hun hoede zijn.
  • Plaats geen val of strikken in de onmiddellijke omgeving van het hol. Dieren zijn daar doorgaans extra op hun hoede. Hetzelfde geldt voor de omgeving van drinkplaatsen. De rand van een wei of open plek is veel geschikter.
  • Dieren kunnen alleen overleven als ze voortdurend op hun hoede zijn. Doorgaans hebben ze veel betere zintuigen dan mensen. En ook fysiek kunnen ze veel meer aan. Maar de menselijke jager heeft het voordeel van zijn intelligentie, waarmee hij het dier kan misleiden en in de val lokken. Succesvol jagen is dus een kwestie van slim zijn.
  • Bedenk dat de plaats waar het dier zal worden geslacht ook andere dieren zal aantrekken.

Soorten vallen
Een val kan een dier verminken, vangen, wurgen of strikken.


De val

  • Ze moet stevig genoeg zijn.
  • Ze mag niet opvallen in de omgeving; camoufleer ze dus zorgvuldig.
  • Verberg je eigen geur (door erop te urineren).
  • Onthoud precies waar je de val opstelt, zodat je ze gemakkelijk terugvindt, en er niet zelf intrapt.

Waarschuwing
Een gewond dier in gevangenschap is uiterst sterk en gevaarlijk.

Het klaarmaken van de buit
In een noodsituatie laat je zo weinig mogelijk van een gevangen dier verloren gaan. Niet-gebruikte organen zoals ingewanden kunnen vaak nog dienen als aas. Knijp de buikspieren zo hoog mogelijk samen en maak een kleine snede. Snijd van hieruit een stukje naar boven, en daarna naar onder tot bij het middenrif. Zo komen de ingewanden vrij.
Vermijd beschadiging van darmen of gal, want dat kan het vlees een slechte smaak geven. Snijd daarna het middenrif doormidden, en haal hart en longen weg. Na het doorsnijden van de slokdarm komt tenslotte alles los.
Laat het dier bij voorkeur een tweetal dagen hangen. Pak het in om het tegen insecten te beschermen en hang het aan een boom.

 

Organen kunnen niet worden bewaard en moeten zo snel mogelijk worden opgegeten.

  • Lever is heel voedzaam en mag rauw worden gegeten, maar de smaak wordt beter na kort koken of bakken.
  • De maag moet eerst worden afgespoeld en daarna gekookt.
  • Nieren moeten worden afgekookt. Smelt eerst het omringende vet.
  • Ook het hart is heel voedzaam. Je kunt het koken of bakken.
  • Ingewanden (uitgezonderd hart, nieren, maag en lever) zijn niet eetbaar. Darmen kun je wel schoonmaken en gebruiken als omhulsel om worsten te maken. Vul ze met een mengsel van vlees, vet en bloed. Gerookt blijven ze enkele dagen vers.
  • Tong is goed eetbaar en vlezig.
  • Hersenen kunnen worden gebruikt om huiden te looien.
  • Beenderen kunnen worden afgekookt om bouillon te maken. Je kunt er ook nog goed gereedschap of wapens mee maken.

Egels en reptielen
Egels zijn heel voedzaam. Verwijder de ingewanden, en strooi er peper en zout op! Bedek de egel met natte klei en laat anderhalf uur stoven in houtskool. Breek de klei open, zodat de stekels in de gebakken aarde achterblijven. Het vlees is gaar.
Ook reptielen zijn eetbaar. Snijd de kop af achter de giftanden. Haal het dier overlangs open, van anus tot nek. Kwets de ingewanden niet. Stroop vervolgens het vel eraf. Je kunt reptielen ook koken en dan bewerken.


Vis als voedsel

Vis is heel voedzaam en bevat proteïnen, vitaminen en vet. Vissen, vooral kleinere, zijn meestal gemakkelijker te vangen dan landdieren.
In onze streken komen geen giftige soorten voor. In tropische streken vind je soorten als de sidderaal, de piranha en de koffervis, die alledrie erg giftig zijn!

 

Er zijn twee soorten vistechniek:

  • hengelen
  • vallen plaatsen

De keuze van een goede plaats is ontzettende belangrijk, b.v.:

  • overhangende struik
  • beschutte plek
  • kalmer water
  • monding van zijbeekje
  • achter stenen
  • omgevallen boom

Vissen zijn gevoelig voor temperatuurverschillen. Je vindt ze op plaatsen waar ze zich goed voelen, en waar ze gemakkelijk aan voedsel kunnen komen.

Temperatuur Soort water Beste plaats
warm weer rivier schaduwrijk en diepste water
meer diep water
koud weer rivier ondiep oppervlaktewater
meer oppervlaktewater
stijgend waterpeil rustige plaatsen, zoals de buitenkant van een
(regenval) meander of een kleine bijrivier als de stroming
daar minder is
meer algemeen algemeen vissen verstoppen zich graag dicht bij de oever, onder rotsen of onder een omgevallen boom

Hengelen
De meeste geschikte tijd om te hengelen is 's nachts. Vissen gaan immers vooral 's nachts op zoek naar voedsel. Gooi bij valavond enkele lijnen uit en haal ze net voor zonsopgang weer binnen.
Ook de uren die voorafgaan aan een storm zijn geschikt. Na hevige regenval zul je minder geluk hebben. Aas kies je in functie van de vissoort die je wilt vangen. Wormen en larven zijn gemakkelijk te vinden. Slachtafval kun je ook gebruiken.

Een goeie hengel maak je van een sterke, lange stok. Een lijn, haken en gewichtjes neem je mee in je survivalset.
Maak de vishaak aan de lijn vast met een turtleknoop. Kies geen te grote vishaak, want die is alleen geschikt voor grote vissen.

Tip
Vissen zien meer dan je zou denken. Vaak hebben ze heel goed in de gaten wat er op de oever gebeurt. Daarom is het beter zittend of geknield te vissen. Vermijd ook dat je schaduw op het water valt.

Tip
Schep nooit bovendrijvende vissen van het wateroppervlak. Meestal zijn ze door een of andere ziekte gestorven. Ook met levende vissen moet je voorzichtig zijn.

 

Controleer gevangen exemplaren altijd op de volgende punten:

  • grote en bleke lymfeklieren (in de wangen) wijzen erop dat de vis ziek is.
  • vissen met vlekken op de kop moet je goed doorkoken.

Vissen schoonmaken

  • Snijd de vis open van staart tot kieuw en verwijder de ingewanden.
  • Snijd de staart en vinnen weg.
  • Was de vis zorgvuldig.
  • Snijd de ruggengraat niet door, maar maak wel een insnijding aan beide zijden, tot achter de kieuwen.
  • Duw het vlees van de ruggegraat af en verwijder ten slotte de graten.

 

Powered by

 

Steun

Riverproof is dé nieuwe beleving op het gebied van alles wat met wildwater te maken heeft.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd 9-01-2010
 

 

Naar de RCC website Home bij kanorotterdam Naar de Never Dry website Naar de RCC websiteNaar de Never Dry website Naar ZwalkerNaar Ontrack Naar Outdoor Valley Naar Europagaai